Zo. Dik tevreden trek ik de deur achter me dicht en spring op de fiets. De rest van de dag ben ik vrij en ik ga het er van nemen ook. Geen verplichte nummertjes, alleen maar dingen met een hoog jammie-gehalte. Ik wil het mmmlekker-gevoel minstens tot vanavond door mijn lijf voelen zoemen.
Daar hoort een kadootje bij. Een spontaan kadootje, voor mezelf. Geen gewik en geweeg, gewoon de eerste de beste winkel binnen en kopen met die hap. Verantwoord of niet. Liever niet. Le Duc ben ik net voorbij en terugrijden valt niet onder de categorie spontaan.
Dus koop ik bij de ANWB een stappenteller. Geen idee wat ik ermee moet, maar het voelt goed. Ik kan nauwelijks wachten tot ik thuis ben om het ding te testen. Ik test namelijk alles, ben wild op testen. Eens kijken wat het registreert en wat de teller onder een stap verstaat. Er moet van alles ingesteld worden; de lengte van mijn stappen, mijn gewicht. Ik kan er zo de chatroom mee in. Maar eerst lekker lopen.
Aangezien het calorieverbruik ook nauwkeurig wordt bijgehouden, stap ik met een yoghurtbreaker de deur uit. De echte joggert gaat voor yoghurt.
Ik zet de hele handel, samen met mijn verstand op nul, gooi mijn ledematen in het rond voor de warming-up en ben op weg.
Mijn stappenteller telt en mijn kers-fruit bungelt ritmisch mee. Lastig. Hoe zou het met mijn energievoorraad staan? Moet deze niet eens aangevuld worden? Stop, klepje open, check. Ja hoor, daar kan wel een breakertje tegenaan.
Al lurkend en joggend ben ik er even later van overtuigd dat ik het niet slecht zou doen in de Friesche Vlag reclame. Mijn fantasie treedt acuut in werking en ik betrap me erop dat ik wat eleganter rechtop ga lopen. Met soepele tred verslind ik asfalt en yoghurt totdat ik het laatste beu ben en het restantje calorieën in een passerende prullenbak tetter. Alstublieft.
Meteen even tijd om de tussenstand op te nemen. Al 3000 stappen, dat gaat lekker. De afstand is vermeerderd en het calorieverbruik vreemd genoeg ook. Het blijft een klein dingetje natuurlijk, kan niet alles bijhouden.
Vooruit maar weer, bijna slalommend om de mensen heen. Joggers, wandelaars, hondenuitlaters, treuzelaars. Irritant. Volgende keer ga ik ‘s nachts. En dan heb je nog van die ongelooflijke humoristische mensen die menen grappig te zijn door te roepen: “Hé, ze hebben ‘m al, stop maar!”
Eén keer is best leuk maar om nou elke honderd meter dezelfde lol te horen.
Opgezweept door mijn stappentellertje dat mij straks de keiharde resultaten van mijn conditie zal tonen, loop ik veel te ver en veel te hard.
Buiten adem kom ik thuis, plof als een dweil op de bank en kan geen pap meer zeggen. Mijn snipperdag loopt ten einde en mijn jammie-score zoek ik straks wel op.
In mijn stappenteller.
31 mei 2005