geselecteerd als gefixeerd bericht

Hé hallo,
Ik zocht en vond hier een parkeerplaatsje voor mijn columns. Ze staan hier goed.
Geen parkeerautomaten, geen irritante parkeerwachters, geen maximale tijd, geen kans op bekeuringen, beschadigingen, wielklemmen of wegsleep-taferelen.

Maar wél een heleboel ruimte, waar ik zeker gebruik van ga maken.

Groetjes,
Lou

15 November 2006
By on 07:33
La Brard binnenstebuiten

Luv is terug, herrezen uit de dood. Hè jongens, wat knappen we daar met zijn allen toch lekker van op. Ze gaan zingen en er komt een reallife soap, wekelijks nog wel. Wat wil een mens nog meer?

Luv is back in Back In Luv. Kosten noch moeite zijn bespaard om de dames een beetje gezellig op de buis te krijgen. Met klisma’s werden de prehistorische darmflora’s wat opgefluft, vanwege het positieve effect op het uiterlijk. Er is niet zuinig gedaan met de botoxspuit en er is zoveel gelift dat het nog net juridisch aanvaardbaar is.

En miss Brard, ach, daar kon niet tegenaan gelift worden. Dat werd een hele rigoureuze behandeling; die hebben ze in zijn geheel binnenstebuiten geklapt. Je zou het zo niet zeggen, maar zelfs de plastische chirurgie heeft zijn grenzen. Waar deze precies liggen, is me ook niet helemaal duidelijk, maar Patty bleek in ieder geval een brug te ver.
En soms moet je gewoon de hele boel afbreken en vanaf de basis weer beginnen te bouwen.

Op de plaats waar eerst haar buik zat, zit nu haar linkerkuit, rechterbil en boezem. Iets anders kan ik niet maken van die homp vlees ter hoogte van haar middel. Haar voormalige lippen én schaamlippen zijn samengebracht in het mondgebied. Ze zijn vervolgens iets te enthousiast geweest met de botox want de rek is eruit en bewegen is niet meer mogelijk. Probeer maar eens beweging in een strak opgeblazen ballon te krijgen, dat lukt niet.
Haar stembanden zijn helemaal rondgelift en zitten weer op de oorspronkelijke plaats en daardoor kan het geluid gewoon via de mondholte naar buiten komen. Dat la Brard als een soort buikspreekpop op de bühne zal staan, daar zul je geen mens over horen zeuren. Ook niet over een paar borrels meer of minder.
Op de vooravond van haar comeback, zag ik haar zingen en ze trilde zo erg dat de microfoon nog niet in de buurt van haar mond kwam. En dat is knap. Ik bedoel, zeg niet dat je die lippen kunt missen.

Inmiddels zijn ze wekelijks te zien; drie hoogbejaarde dames, gepimpt en aan elkaar geniet. Het zingen staat op een laag pitje, maar ruzie maken kunnen ze als de beste, waarbij haarstukken, decor- en lichaamsdelen in het rond vliegen.
Des te groter is mijn waardering voor Schoemacher, die met gevaar voor eigen leven, met liters siliconen en hechtmateriaal tussen de coulissen staat. Als monumentale nazorg in hoogste staat van paraatheid.
Klaar om de uit elkaar gevallen fossielen weer op te lappen.

Misschien moet ie daar gewoon eens een keer mee ophouden.

1 mei 2006

21 May 2006
By on 05:55
Het kan vreemd gaan

Ik zit bij de Chinees bij ons op de hoek en wacht op mijn menu-tje van de maand. Ik rommel ongeïnteresseerd in de leesmap van ver over de datum, als ik het zie staan: Vrouwen gaan even vaak vreemd als mannen. Nou ben ik over het algemeen wel voorzichtig met dit soort kreten en vooral met dit soort bladen, maar toch. Waar rook is schijnt er vaak ook wat te branden en waarom dan geen lustig liefdesvlammetje? Vurig en verboden. 30% maar liefst. En aangezien cijfertjes me nooit zoveel zeggen, maak ik er graag meteen iets concreets van. Onze straat bijvoorbeeld; honderd huizen, honderd vrouwen. Ik ken ze allemaal. Ik weet wat ze willen, wat ze doen, met wie en wanneer. Dat dacht ik tenminste. Want ineens blijkt al die informatie dus helemaal niet compleet. Sodeju, bijna de helft van dat zwikkie, dat onschuldig moederlijk op het schoolplein staat, kan in de uren daarvoor wel ikweetnietwat uitgevreten hebben. En de buuf, die ik tref bij de kassa (Hé, hoe is het? goed? Wij eten spinazie), kan bij-wijze-van de vouwen van een vreemd dekbed nog in haar billen hebben zitten. Weet ik veel. En Sjaan Sop van drie deuren verderop, zal er misschien heilig van overtuigd zijn dat je schuldgevoel wegpoetst met water en een scheutje allesreiniger. Kan best, maar zeker weten doe ik niets. En daar baal ik van. Ik kan mezelf wegstrepen, maar dan blijft er nog een hoop te raden over. En het gaat me te ver om te geloven dat net ons straatje buiten de statistieken valt. Dat vind ik te gemakkelijk. En de straat achter ons massaal aan de rol, zeker? En toch blijft het vreemd, dat vreemd gaan. En dan niet in de zin van iemand niet kennen, want wat de boer niet kent, vreet ie niet. Dan kan de lust nog zo groot zijn, het echte onbekende moet er af zijn. Of je moet werkelijk zo laveloos zijn dat je zelfs je eigen naam niet meer weet, maar in dat geval kun je ook niets navertellen en kom je ook niet in de statistieken voor. Dat vreemde slaat wat mij betreft op iets anders. Het is toch bizar dat je je jarenlang uitslooft om net die ene partner te vinden en op het moment dat de vangst een feit is, je de jacht weer net zo enthousiast opent. Behoorlijk lastig ook. Dat net dán het verlangen om weer eens vrijblijvend te vozen weer naar boven komt. In alle hevigheid. "Drie loempia’s en twee tomatensoep," hoor ik ineens en ik sta op. Ik smijt mijn boekje terug en heb ineens geen honger meer. Jezus, ik zal nog eens Chinees gaan halen. Door een paar van die verrekte loempia’s zit ik ineens opgescheept met vreemde buren, die schijnbaar ongeremd maar een beetje rond lopen te seksen. Das lekker. "Alstublieft en eet smakelijk," zegt het meisje knipogend, terwijl ze me een dampend tasje aanreikt. Het valt me ineens op dat ze verdomd zwoel uit haar ogen kijkt. 15 oktober 2005

16 January 2006
By on 15:29
Pedagogische paniek

Mijn zoontje zit op school en op school spreken ze af. Dat hoort erbij. Zo vaak en zo lang mogelijk, als het aan mijn zoontje ligt. En dan bij ons. Ook dat nog. Berengezellig voor de kids, maar een hele verantwoordelijkheid voor mij. Deze kinderen wil ik namelijk heel graag in min of meer dezelfde hoedanigheid afleveren als bij binnenkomst; kleren heel, tandjes compleet, geen traumatisch opgelopen ervaringen bij een EHBO. Dat werk. Ik wil spelende vriendjes nou niet meteen vergelijken met logerende goudvissen, maar toegegeven; een fotootje bij aankomst blijkt reuze handig. Helaas heeft mijn zoon in zijn afspreekcluppie voornamelijk kindjes zitten van zeer verantwoord pedagogisch onderlegde ouders. In plaats van twee uur genieten van mijn kind dat zich uitstekend vermaakt met een ravottend klasgenootje, wordt er even een megajuk op mijn schouders gelegd. Want juist die aan-banden-gelegde-kinderen schijnen compleet door te slaan op een ander. Als na een kwartiertje toch blijkt dat de kans aanwezig is dat ik mijn doel haal, ontspan ik een enigszins en na nog eens vijf minuten waarin mijn opluchting stevig bevestigd wordt, ben ik het hele kind vergeten. Mijn zoon weet dat, maar erger, zijn pedagogisch verantwoord opgevoede vriendje weet dat nog veel beter. Ik zal je vertellen: dat vriendje vindt mijn zoon helemaal niet zo bijzonder, welnee, dat vriendje vindt de móeder van mijn zoon geweldig. Mij dus. Gewoon omdat ik van alles te doen heb en mijn eigen plan trek. Omdat ik, die leuke moeder, af en toe roep: "Niet te lang op de Playstation hè?" En deze zin gewoon volstrekt zonder resultaat ieder half uur herhaal. Geheel doelloos, want vriendje geeft geen antwoord en die leuke moeder, ik dus, verwacht helemaal geen antwoord. Raffelt maar een riedeltje af. Soms afgewisseld door: "Ja hoor, tuurlijk," als zoon en vriendje vragen of ze wat lekkers mogen. In het gunstigste geval kom ik er vijf minuten van te voren achter dat het bijna tijd is. Ophaaltijd. Dan kan ik dus nog net voorkomen dat zo’n moeder haar kind met vierkante blokogen, stijf van de adrenaline en hyperig van de hoeveelheden opgehoopte suiker in zijn bloed achter een 12+ spel van de Playstation aantreft. En dan probeer ik in enkele ogenblikken alles in te halen. Hevig gokkend op de indruk van het laatste moment. Die blijft hangen, zeggen ze. Ik gooi appels en peren op tafel en de Playstation achter de bank. Open een goed gesprek, vruchtensapjes erbij. Ik mik vlug nog wat pedagogisch verantwoord spelmateriaal op tafel, als ik het zo gauw kan vinden en ga met een bakkie Rooibosthee op een stoel zitten wachten. Wachten op de moeder en vooral, tot ze weer weg is. Ik lust namelijk geen thee. Wanneer ik het even niet zie zitten en mijn zoon in een losgeslagen periode zit, stuur ik hem gewoon uit spelen. Een hele week, en als het moet langer. Bij dat vriendje dat mij zo leuk vindt. Ik krijg hem altijd voorbeeldig weer terug. 1 oktober 2005

3 January 2006
By on 10:21
Chronische tweede?

Zou het bestaan; chronische tweede? Ik denk van wel. Of het nu gaat om een columnwedstrijd, een vast columnschap of om het korte verhaal, ik lig er net naast. Waar ik ook aan meedoe de laatste tijd, ik word tweede, hoe dan ook.

Ik begin me nu alleen af te vragen waar het in godsnaam heen gaat. Iets chronisch gaat niet over, verandert ook niet meer. Blijven proberen of het roer omgooien? Van de ene kant is het wel heel vlakbij, zo’n tweede plaats. Zeker als deze vrij constant is. Radicaal een andere kant op, zou wel eens heel fout kunnen zijn. Het moet dus minimaal, maar hoe?
Ik heb besloten nog even door te gaan en gokken op de kracht van niet geschoten is altijd mis.

Vandaag viel de uitslag van de wedstrijd bij Woordenstroom binnen…

3 September 2005
By on 19:01
Slikken Sjakie!

Personeelsborrel en ik hang aan de bar. Totaal onopvallend, geheel in stijl; wijntje, sigaret en een lome lege blik.

Een half uur geleden nog tien meter van me verwijderd en het afgelopen half uur strategisch steeds een plaatsje opgeschoven; mijn baas.
Vastbesloten om zijn andere kant te laten zien. Om via de informele sfeer eens een luchtig woordje te wisselen. Misschien een aangeschoten toestandje fingerend, zodat alles lekker losjes zijn strot uit kan komen, en eventuele missers direct gedekt kunnen worden door een beginnende dronkenschap. Een licht beneveld brein. Zoiets.

Mijn positie heb ik nauwkeurig bepaald bij binnenkomst. Ik koos een barkruk, schaarde mijn collega’s om me heen, zocht dekking achter een buffer voetbalsupporters en mijn baas kon alleen nog maar de andere kant op.

Met een kruk per borrel rukt hij op, richting doelwit. Richting mij.
Ik zie hem een biertje bestellen en deze erg snel achterover gooien. Slikken Sjakie! Onderwijl quasi ontspannen rondkijkend. Hij heeft zijn mouwen opgestroopt en met een ietwat hangende positie doet hij hevig zijn best op zijn gemak over te komen. Alsof hij er al jaren hangt. Daar aan die bar, met die frot mouwen onder zijn oksels.

De man naast hem staat op en mijn baas ziet zijn kans. Nog volledig bij zijn positieven schuift hij meteen door in westelijke richting. Nog vijf borrels te gaan, als hij een beetje ritmegevoelig blijft tenminste. Hij knipoogt een beetje Gilles-de-la-Touretterig naar de jonge hindes naast hem, die geflankeerd worden door twee kerels. Scherp, jolig en twee keer zo oud. Minstens. Deze heren schieten meteen in de alerte houding en voelen gevaar.
Welnee.

Hij deint zachtjes mee op de muziek. Sneu. Hoofd achterover en daar gaat de drank. Zijwaartse halsspieren verlicht door het lampje aan de bar. Barman schiet behulpzaam toe en schenkt nog eens bij. Nummer zes, opschuiven eikel! Ik denk het, lach eens vriendelijk en blijf zitten waar ik zit.

Dan verlies ik hem uit het oog en ineens zit hij naast me. Doel bereikt en van een gefingeerd aangeschoten toestandje is geen sprake meer. Met tien borrels achter zijn kiezen is hij bijna in vloeibare conditie en druppelt hij zowat de kruk af. Zijn zijwaartse halsspieren lijken opgelost en zijn hoofd wiebelt een beetje losjes in het rond. Nauwelijks in staat zijn blik te focussen vergaapt hij zich aan de barman die met een vaatdoekje over de toog poetst. En snuggere Sjakie maar kijken, met een blik in zijn ogen van: “Verrek, kijk die toog nou eens lekker schoon worden.”
Ik sta op en vertrek.
Voordat ik dadelijk godweetwat voor een woorden losjes zijn strot uit hoor komen.

17 juli 2005

11 August 2005
By on 14:27
Juichend in de regen

Het stond zomaar in de krant. Vandaag.
Eindhovense stond juichend in de regen. Kon haar geluk niet op.

Gewoon een iemand, een vrouw. Met kinderen zelfs. Ook dat nog. Eentje die ‘s morgens om half negen aan het schoolplein staat. Vermoeid, met de vouwen nog in haar gezicht. Haastig haar kinderen kust, haar fiets beklimt en het plein afsjeest. In de zoveelste dappere poging op tijd haar werk te bereiken.

Zomaar een persoontje dat af en aan baalt van haar werk, meer tijd wil voor zichzelf en hobby en toch steeds maar achter de feiten aan blijft hobbelen. Oplappend, reparerend, dweilend met de kranen open. Menselijk.

Een gewoon mens dat tegen einde werkdag weer op haar fiets springt en nu in tegengestelde richting gaat. Niet precies wetende of ze daar wel in in heeft, maar wel zal moeten. Gewoon, omdat teruggaan naar haar werk geen optie is. Een vrouw die veel liever even lekker in de berm een verhaal zou willen schrijven, los van de verplichtingen van alledag. Die zo graag eens de sleur zou doorbreken en eens een keer niet braaf naar huis zou willen gaan.

Een hele menselijke vrouw, die het heerlijk vindt om juichend in de regen te staan en daarbij zoveel geluk te voelen dat het zelfs niet op kan. Graag ter plekke nog een beetje ordinair rond zou willen dansen, daar in die regen. Met al dat geluk. Gewoon omdat dat zo lekker is; geluk voelen in de regen.

Jans Jansen uit Eindhoven schrijft roman en stond te juichen in de regen.
Ik had haar kunnen zijn. Op alle fronten.

Maar ik ben het niet.
Ik las het zomaar in de krant.

13 juli 2005

16 July 2005
By on 06:33
Vakantievenijn

“Heerlijk hè,” zegt ze, “nog even en onze kids hebben bijna drie maanden vakantie.” Ze staat naast me en zo op het oog is er niets aan de hand. Ze draagt gewone kleren, geen groen katoenen hemd. Geen sporen van een ingebouwde chip, een enkelband of witte ragfijne deeltjes in en rond haar neus. Ik zoek in haar ogen een sprankje humor, een glittertje cynisme, een vonkje hysterie, wanhoop.
Ik vind het niet.

Te druk met mijn eigen ellende. De ellende van de proefwerkweek. De week waarin mijn leven teruggebracht wordt tot 2 uur per dag. Twee uurtjes om even adem te halen op mijn eigen manier, om te bewegen zoals ik dat wil en om te zijn zoals ik ben.
Vreselijk, maar niets meer dan een voorbereiding op het echte werk: de drie-maandendreun. Zodat deze niet meteen fataal is.

Na die week wordt er van me verwacht dat ik er klaar voor ben om mijn leven terug te schroeven naar nul. Dat ik het prima vind dat mijn huis een herberg is, mijn koelkast geplunderd wordt en mijn bank permanent volhangt met gierende, slurpende, malende exemplaren. Dat ik eraan gewend raak de hele dag omgeven te zijn door vastzuigende monsters, die ieder woord, iedere beweging registreren en daar dan ook gewoon meteen misbruik van maken: “Hé mam, als je toch niets te doen hebt.” Dat ik het ook niet erg vind om als een vreemde door mijn huis te lopen, wanhopig op zoek naar een plaatsje voor mezelf. Slalommend tussen obstakels door, die zich ook nog eens te pas en te onpas onaangekondigd verplaatsen.
Dat ik het aan kan om op ieder uur van de dag in mijn auto te moeten springen voor het zoveelste taxiritje en dat ik dat dan ook gewoon lekker vind omdat dat betekent dat ze even opgezouten zijn. Al is het maar voor een uurtje. Dat ik me neerleg bij het feit dat ik niet meer spontaan mijn libido kan volgen, maar mijn heil moet zoeken op de voorbank van mijn autootje. Of op een nabij gelegen afwerkplek met het risico een fikse boete te krijgen. Gewoon omdat het daar altijd nog minder openbaar is dan thuis.

We zijn een week verder. Tegen elven in de ochtend heb ik zin in port, een half uur later tel ik de uren totdat ze in bed liggen. Op vier handen. Ineens lijkt me het hebben van hanggroepjongeren een heerlijkheid en hoop ik bijna dat ze zeer binnenkort lekker recalcitrant en dwars de benen nemen. Iedere ochtend opnieuw. Ik ben bereid plat te gaan voor welke verslaving dan ook en een paar keer per dag probeer ik het beeld van dat schattige kleine pasgeboren babietje op te roepen. Wat me pas lukt na heel veel port.

Over drie maanden spreek ik haar weer.
“Heerlijk hè,” zal ik dan zeggen, “dat die drie maanden weer om zijn.”
Hoogstwaarschijnlijk in groen tenue met de sporen van een fijne witte substantie rond mijn neus.

28 juni 2005

3 July 2005
By on 21:26
Adembenemende snipperdag

Zo. Dik tevreden trek ik de deur achter me dicht en spring op de fiets. De rest van de dag ben ik vrij en ik ga het er van nemen ook. Geen verplichte nummertjes, alleen maar dingen met een hoog jammie-gehalte. Ik wil het mmmlekker-gevoel minstens tot vanavond door mijn lijf voelen zoemen.

Daar hoort een kadootje bij. Een spontaan kadootje, voor mezelf. Geen gewik en geweeg, gewoon de eerste de beste winkel binnen en kopen met die hap. Verantwoord of niet. Liever niet. Le Duc ben ik net voorbij en terugrijden valt niet onder de categorie spontaan.

Dus koop ik bij de ANWB een stappenteller. Geen idee wat ik ermee moet, maar het voelt goed. Ik kan nauwelijks wachten tot ik thuis ben om het ding te testen. Ik test namelijk alles, ben wild op testen. Eens kijken wat het registreert en wat de teller onder een stap verstaat. Er moet van alles ingesteld worden; de lengte van mijn stappen, mijn gewicht. Ik kan er zo de chatroom mee in. Maar eerst lekker lopen.

Aangezien het calorieverbruik ook nauwkeurig wordt bijgehouden, stap ik met een yoghurtbreaker de deur uit. De echte joggert gaat voor yoghurt.
Ik zet de hele handel, samen met mijn verstand op nul, gooi mijn ledematen in het rond voor de warming-up en ben op weg.
Mijn stappenteller telt en mijn kers-fruit bungelt ritmisch mee. Lastig. Hoe zou het met mijn energievoorraad staan? Moet deze niet eens aangevuld worden? Stop, klepje open, check. Ja hoor, daar kan wel een breakertje tegenaan.

Al lurkend en joggend ben ik er even later van overtuigd dat ik het niet slecht zou doen in de Friesche Vlag reclame. Mijn fantasie treedt acuut in werking en ik betrap me erop dat ik wat eleganter rechtop ga lopen. Met soepele tred verslind ik asfalt en yoghurt totdat ik het laatste beu ben en het restantje calorieën in een passerende prullenbak tetter. Alstublieft.

Meteen even tijd om de tussenstand op te nemen. Al 3000 stappen, dat gaat lekker. De afstand is vermeerderd en het calorieverbruik vreemd genoeg ook. Het blijft een klein dingetje natuurlijk, kan niet alles bijhouden.

Vooruit maar weer, bijna slalommend om de mensen heen. Joggers, wandelaars, hondenuitlaters, treuzelaars. Irritant. Volgende keer ga ik ‘s nachts. En dan heb je nog van die ongelooflijke humoristische mensen die menen grappig te zijn door te roepen: “Hé, ze hebben ‘m al, stop maar!”
Eén keer is best leuk maar om nou elke honderd meter dezelfde lol te horen.
Opgezweept door mijn stappentellertje dat mij straks de keiharde resultaten van mijn conditie zal tonen, loop ik veel te ver en veel te hard.

Buiten adem kom ik thuis, plof als een dweil op de bank en kan geen pap meer zeggen. Mijn snipperdag loopt ten einde en mijn jammie-score zoek ik straks wel op.
In mijn stappenteller.

31 mei 2005

6 June 2005
By on 04:55
Wedden dat

In de televisiewereld zijn ze wild op herhalingen; makkelijk, goedkoop en succes verzekerd. Je trekt een blik toppers van toen open, lapt de boel wat op en nostalgie-minnend Nederland regelt de rest.

Wedden dat komt terug, eenmalig. Voor het goede doel. Prima. Ik vond Wedden dat leuk, en nog als ik het uit mijn geheugen haal en eraan terugdenk. Die maffe Jos met zijn Kroepoekje, gekke weddenschappen. Hilarisch en hysterisch.
Ik wil het graag nog eens zien. Origineel en authentiek.

Maar toch niet half? Je gaat toch niet een avondje terug in de tijd met mensen van nu? Dat werkt toch niet.
Oud en nieuw is leuk als we het over inrichting van huizen hebben. Of als jaarwisseling, maar toch niet met prográmma’s? Doe dat toch niet.
Net alsof je een tenminste-houdbaar-tot-vorig-jaar-product omwikkelt met een nieuwe doos. Word je ook niet blij van als je die openmaakt.

Zie je het voor je, zo’n schminkteam dat met man en macht aan de gang gaat om de boel een beetje appetijtelijk op de buis te krijgen? Jos in de plamuur om de boel te egaliseren en Kroepoekje, die door een bak loempiadeeg wordt getrokken om de vervlogen tijden weer een beetje terug te halen. Zie je het voor je? Ik wel.

Toch is het verwonderlijk hoe goed ze eruit ziet, miss Reemer. Eerlijk is eerlijk. De meesten die er op die leeftijd kittig en knapperig bijstaan kunnen zich niet bewegen en zijn volledig in de revisie geweest; billen, buik, boobs, oogleden. Alles gelift, opgevuld en opgefluft. Reemer niet?
Echt wel. Alleen is het bij haar een ander verhaal.
Soms wordt er zo vaak gelift dat de boel weer rond is. Billen zijn weer terug bij de billen, hoofd bij hoofd. En dan klopt het weer. Net als bij Kroepoekje.
Kan zijn dat haar voeten binnenstebuiten zitten, maar dat ziet geen mens op tv. En dat riedeltje voor de weddenschap gebeurt met de duimen en ik mag aannemen dat die nog in oorspronkelijke staat zijn.

Zaterdag zullen ze er staan, als een herhaling van zichzelf, als een opgelapte afgestofte oude tape. Voor het goede doel, dat wel.
Mensen nestelen zich voor de tv, blij om hun idolen van weleer weer te zien. Jos en Sandra. Nauwkeurig bewaard in hun geheugen. En dan krijgen ze dit. Zitten ze ineens te kijken naar een fout opgeslagen filmpje; kloppen de lééftijden niet meer.
Een soort Sesamstraat met Pino en Tommy in de puberteit. Of Teletubbies die al rokend en hangend met een ghettoblaster de bloemetjes en tuintjes ruïneren. Zoiets. Pipo de clown en Mamalou in een aanleunwoning op wielen. Kan toch niet?
En of ze effe willen storten.

Ik heb nieuws; mensen in shocktoestand storten niet, die zijn in shock. Er is hen zojuist een illusie afgenomen en daarvan moeten ze herstellen. Dat duurt even. Die zijn boos, voelen zich besodemieterd en weet je wat, dat kan ik me heel goed voorstellen.

Wedden dat ik niet ga kijken?

6 mei 2005

7 May 2005
By on 18:47